• Home

Kap stookt

Vrijwel direct bij thuiskomst begaf Kap zich, letterlijk in z’n baard mompelend, richting “gevaarlijk speelgoed” van de plaatselijke bouwmarkt:  “hm, niet die, veuls te licht, rabarber-rabarber, splinters, rabarber, die ook niet, kan je enkel mee kloven, deze, ja, mompel-grom, is ‘m dacht ik wel, hmpf, ding is ook niet zo achterlijk duur”. Mevrouw Kap’s timide suggestie  om ook maar ’n veiligheidsbril in ’t mandje te gooien wordt luchtig weggewuifd: “haha, voor m’n ogen hoef je niet bang te zijn. M’n tenen, dáár moet ik mee oppassen, maar da’s ‘n kwestie van goed richten”. Mevrouw zucht, legt zich, zij ‘t ietwat bibberend, maar bij de zaak neer: de werkelijke vlijmscherpe bijl is al afgerekend.

 
Kap is namelijk een pyromaan van ’t zuiverste water, fikte als joch met z’n broers zo’n beetje alles wat maar enigszins wilde branden, vrolijk af. Hun motto: hoe heter, hoe beter; ooit lukte het die jongens zelfs ‘n gat naar moeders keuken te branden. Via ’n bakstenen buitenmuurtje, toch knap.  Mooie tijden, Kap kan er nóg dromerig van kijken.

Afijn, nu ligt er tegen de berging een huizenhoge stapel houtblokken, afkomstig van een in oktober bij de buren omgewaaide boom. Blokken, die dus schreeuwen om crematie, maar die vooralsnog niet in de vuurkorf passen. 

Kap werkt zich in ’t zweet: Tjók. Plènk. Tjók, plènk-plènk. Tjók. De bijl komt neer, ’t hout valt in delen, mevrouw brengt af en toe ’n glas limo ter verkoeling maar blijft verder angstvallig weg, want zolang ze niks ziet kan er vast ook niks mis gaan. Dagelijks wordt er ’s avonds, zelfs met temperaturen van rond de 30 C°, gestookt. En net als toen neemt ’t joch in Kap geen genoegen met vriendelijke vlammetjes, nee, heuse vuurtongen laaien op, gulzig wordt ’t weerloze hout, knisperend en knetterend, tot (overigens verrassend weinig as, ultiem bewijs van échte hitte) verteerd. Tot diep in de nacht gaat dat zo door, arme buren...

Als dan blijkt dat ’t gehuurde Bretonse boerenhuis over een open haard beschikt, zó groot, dat je er met 4 volwassenen in kunt staan, kan Kap z’n vreugde uiteraard niet op: in een luttele week tijd verstookt hij 6 volle kruiwagens aan werkelijk enorme boomgaardstronken uit de door de vriendelijke huisbaas ter beschikking gestelde houtschuur op, en ’t moet gezegd: ’t schouwspel is telkens weer indrukwekkend en de warmte, dankzij ’n naar zelfs Bretonse begrippen erg regenachtig en kil augustus, zeer welkom. 

Kap wil nu ook ’n houtschuur. En ’n boomgaard.  

Tags: Vereniging Maritiem Gezinskontakt, spuigat, Blog, VMG-lid

 Afdrukken  E-mail