• Home

Kap zoekt Vijfpotig WoonSchaap

Kap zoekt vijfpotig woonschaap

Kap en mevrouw zoeken naar een ander huis. Ervan uitgaande dat jongste  z'n eindexamen haalt, zijn ze eerdaags niet meer gebonden aan de plek waar ze nu meestal vertoeven, nl de regio Den Haag.

Geen eenvoudige zaak, die huizenjacht: 't moet met zorg gebeuren, want 't is vrijwel zeker de laatste stek die ze -in elk geval bewust- bezetten alvorens in het verzorgingshuis dan wel op 't kerkhof te belanden, en de wensen lopen nogal uiteen. Zo zou Kap 't liefst midden in de landerijen zitten, met in de wijde omtrek geen kip te bekennen.

Naar eigen zeggen uit menslievendheid, omdat dan niemand last heeft van zijn hobby, nl dingen in stukken zagen en in brand steken. Mevrouw daarentegen, hoewel eveneens gesteld op haar privacy, ziet eventuele buren niet als bezwaar, sterker nog, zelfs wel als 'n soort van gezellig. Echter, vrijstaand c.q. ruimtelijk wonen in de randstad is vrijwel onbetaalbaar, dus moet er naar tot nog toe onverkende regionen verkast worden.  

En dan begint 't gedoe pas echt, want: welke afstand wordt voor al dan niet spontaan familiebezoek bezwaarlijk ? Enkele try-outs wijzen uit dat een rit toch niet veel langer dan 'n uur moet duren (afgemeten aan w.c.-nood mevrouw), dus 't Hoge Noorden (Friesland, Groningen), Midden- en Verre (zuid)Oosten (Overijssel, Drenthe, Limburg)  vallen af.  Overblijvers: Noord Holland, Noord Brabant, Utrecht, Zeeland (maar weer niet Zeeuws Vlaanderen). Dan: welke voorzieningen op welke afstand ? Gaat het dan om een artsenpost of een vergeten pakje boter ? Loop, fiets- of auto-bereik ? Tot slot het huis zelf: boerderij, bungalow, eengezinswoning, aantal slaapkamers, soort keuken ? Voorop staat dat de indeling redelijk ruim van opzet moet zijn, maar ook weer niet zo dat Kap en mevrouw niet naar mekaar kunnen brullen. Regelmatig komt de term “levensloopbestendig” in huisadvertenties voor, wat inhoudt dat er (de mogelijkheid voor) een slaap- en badkamer op de begane grond is. Vinden beiden prima, al zijn 't nog maar jonge vijftigers. 

Heel belangrijk: de keuken en het “bij”-gebouw. De eerste moet vooral ruim zijn, Kap en mevrouw zijn zgd “brede” kokkerellers en moeten mekaar dus vooral niet in de weg zitten. Open of gesloten ? Beide mogen, maar in 't laatste geval moet er een tafel neergezet kunnen worden, van waar de een treiterig-humoristisch commentaar op de handelingen van de ander kan leveren. Het bijgebouw: Kap droomt van een zogenaamde “front rider”, oftewel een grasmaaier waar je op kan zitten, en een houtopslag,  en een werkbank, en -misschien- een boot-met-trailer. Moet er allemaal in kunnen. Tuinspul gaat dan wel in 'n houten chaletje.

Directe nabijheid van water is, misschien verrassend, geen must; terecht stelt Kap dat in Nederland overal wel 'n plas te vinden is waar hij z'n waterbehoefte - zo daar niet tijdens een term in voorzien werd- kan bevredigen. Scheelt weer, mevrouw voorzag al manshoge afrasteringen dan wel stevige aanlijn-paaltjes om tzt avontuurlijke kleinkindertjes uit de plomp te houden. Om van beschoeiingsonderhoud maar te zwijgen...

In de 6 weken dat Kap thuis is werden reeds honderden objecten op Funda bekeken en zo'n 16 stuks na een peilende rit alsnog afgekeurd. Pff... Bezit is misschien last, maar 't vinden van zo'n vijfpotig woonschaap is als een naald in 'n hooiberg.

Ro den Ouden

 

Tags: VMG, column, Kap zoekt vijfpotig woonschaap, huizenjacht, ruimtelijk wonen

AfdrukkenE-mail